Leefomstandigheden
Teken houden van vocht en warmte. Ze leven op de hei, in het bos, duinen, slikken, tuinen en stadsparken. Ze leven vooral in de vroege en late zomer en in het voorjaar want in de zomer kan het te droog en te warm zijn en in de winter te koud. Teken houden niet van hete zon omdat ze daardoor uit kunnen drogen. In het vroege voorjaar hebben we het meeste last van nimfen. Een nimf (een jonge teek) is ca 1 mm, dus erg lastig te vinden. Ze reageren op andere lichtinvallen en de warmte van mensen of dieren. Ze kunnen ons als het ware voelen. Ze zijn 24 uur per dag op zoek naar mensen en dieren om bloed te zuigen. Het mannetje brengt geen ziektes over want hij zuigt niet. Als het vrouwtje een keer gezogen heeft kan ze ziekten over brengen bijvoorbeeld de ziekte van Lyme. Ixodes Ricinus of schapenteek komt het meeste voor in Nederland, maar is ook verder in Europa te vinden.

Deze teek is sterk vergroot. In het echt zijn ze veel kleiner.
